Sauna houtsoorten vergeleken: hemlock, ceder, espen en abachi

MMarlo Schipper 11 min lezen
Dikke deken over een stoel in diep rood licht met dennentakken in een aardewerken vaas
Hout bepaalt hoe een cabine aanvoelt bij aanraking, niet wat de straler doet.

Kort antwoord: in een sauna wordt hout niet gekozen op uiterlijk maar op drie eigenschappen die je pas merkt als het warm is. Het hout moet weinig warmte doorgeven, zodat je er tegenaan kunt leunen zonder dat het onaangenaam heet aanvoelt. Het mag geen hars uitzweten. En het moet maatvast blijven terwijl de luchtvochtigheid in de cabine op en neer gaat. Hemlock, cederhout, espen en abachi scoren daar allemaal anders op, en dat verschil zit vooral in dichtheid.

Hieronder staan de vier houtsoorten die je in Nederland het vaakst tegenkomt, met richtwaarden voor dichtheid en warmtegeleiding, welk onderdeel van een cabine welke eis stelt, wat thermisch behandeld hout toevoegt en hoe je bij een aanbieder in acht stappen controleert wat er werkelijk in zijn cabine zit. De getallen zijn richtwaarden uit houtkundige tabellen en variëren per partij, per groeigebied en per vochtgehalte. Ze staan er om verhoudingen te laten zien, niet als productspecificatie.

Waarom hout in een sauna anders gekozen wordt dan in een woonkamer

Een saunacabine is een houten doos die van binnenuit wordt verwarmd. Bij een infrarood cabine gebeurt dat met stralers die vooral je lichaam verwarmen en pas daarna de lucht, waardoor de luchttemperatuur in de cabine meestal ergens tussen 45 en 60 graden blijft. In een Finse sauna loopt diezelfde luchttemperatuur op naar 70 tot 100 graden. Dat verschil in bedrijfstemperatuur bepaalt hoe streng de eisen aan het hout zijn. Meer over die twee soorten warmte staat in infrarood sauna of Finse sauna: wat is het verschil.

Bij elke bedrijfstemperatuur gelden dezelfde drie basiseisen. Ten eerste warmtegeleiding: hout dat warmte snel doorgeeft, voelt bij aanraking heter aan dan hout dat dat langzaam doet, ook al is de temperatuur identiek. Ten tweede hars: naaldhout dat hars bevat kan die bij warmte naar buiten laten komen, waar het kleverige plekken en donkere strepen achterlaat. Ten derde maatvastheid: hout krimpt en zwelt met het vochtgehalte, en in een ruimte waar de luchtvochtigheid schommelt betekent te veel werking dat naden opengaan of dat delen gaan kromtrekken.

De vier houtsoorten die je in Nederland het vaakst tegenkomt

Het aanbod is minder groot dan het lijkt. Vrijwel elke cabine die in Nederland wordt verkocht is gebouwd uit een van vier soorten, of uit een combinatie waarbij de wand van de ene soort is en de bank van de andere.

Houtsoort Botanische naam Dichtheid (richtwaarde, kg/m3) Hars Geur Waar het meestal zit
Hemlock Tsuga heterophylla 460 tot 500 Praktisch harsvrij Vrijwel neutraal Wanden, plafond, buitenkant
Westers rood cederhout Thuja plicata 350 tot 390 Harsvrij, wel eigen olien Uitgesproken, kruidig Complete cabines, buitensauna
Espen Populus tremula 440 tot 490 Harsvrij Vrijwel geurloos Banken, rugleuningen, hoofdsteunen
Abachi Triplochiton scleroxylon 350 tot 390 Harsvrij Geurloos Banken en alles wat je aanraakt

Richtwaarden bij een vochtgehalte van ongeveer 12 procent, zoals gebruikelijk in houtkundige tabellen. Per partij wijken ze af.

Woonkamer in de avond met een warme infraroodgloed over de bank en een opgevouwen deken
De keuze voor hout gaat over aanraken, niet over aanzien. Wat je huid raakt, telt het zwaarst.

Vuren en grenen komen ook voor, vooral in goedkopere buitencabines en in de constructie achter de beplanking. Beide zijn harshoudend. In een infrarood cabine met een lagere luchttemperatuur is dat minder problematisch dan in een Finse sauna, maar op een zitvlak wil je het niet. Wie een cabine buiten neerzet, heeft nog een extra afweging over weer en constructie, en die staat in buitensauna met overkapping. Bouw je de cabine zelf, dan bepaalt de wandopbouw eromheen net zo goed het resultaat, zie sauna zelf bouwen.

Dichtheid en warmtegeleiding: waarom licht hout koeler aanvoelt

Dit is het punt waar de meeste verkoopteksten overheen stappen. Hoe zwaarder het hout, hoe meer vaste stof er per kubieke centimeter zit en hoe minder lucht. Lucht is een slechte warmtegeleider, en dat is precies wat je wilt. Hout met veel luchtcellen geeft de warmte langzaam af aan je huid, dus voelt het bij dezelfde temperatuur minder heet aan.

Wat je huid registreert is niet de temperatuur van het oppervlak maar de snelheid waarmee warmte naar je toe stroomt. Datzelfde principe verklaart waarom een metalen tafelblad kouder aanvoelt dan een houten tafelblad in dezelfde kamer, terwijl een thermometer op allebei hetzelfde aanwijst.

Houtsoort Dichtheid (kg/m3) Warmtegeleiding (richtwaarde, W/mK) Hoe het bij aanraking aanvoelt Geschikt als zitvlak
Abachi 350 tot 390 0,09 tot 0,10 Het koelst van de vier Ja, gebruikelijke keuze
Westers rood cederhout 350 tot 390 0,09 tot 0,11 Koel, vergelijkbaar met abachi Ja
Espen 440 tot 490 0,11 tot 0,12 Iets warmer bij aanraking Ja, veel gebruikt in Scandinavie
Hemlock 460 tot 500 0,11 tot 0,13 Merkbaar warmer bij aanraking Kan, maar minder gangbaar
Vuren 430 tot 470 0,11 tot 0,13 Vergelijkbaar met hemlock Liever niet, vanwege hars

Warmtegeleiding dwars op de vezelrichting, bij ongeveer 12 procent vocht. De onderlinge verhouding is stabieler dan de absolute getallen.

Goed om te weten

Het verschil tussen 0,09 en 0,13 W/mK klinkt klein, maar op een zitbank van 45 tot 60 graden merk je het meteen. Daarom zie je in veel cabines wanden van hemlock en banken van abachi of espen: de goedkopere soort waar je niet tegenaan zit, de koelere soort waar wel.

Hars, knoesten en geur

Hars is de reden dat harshoudend naaldhout in een hete cabine slecht uitpakt. Bij oplopende temperatuur wordt hars vloeibaar en zoekt hij een weg naar buiten, meestal via knoesten. Wat overblijft zijn kleverige druppels die stollen tot harde bruine bolletjes. Dat gaat er niet zomaar af en het komt terug zolang er hars in het hout zit.

Knoesten zijn om nog een reden een aandachtspunt. Een knoest is dichter dan het hout eromheen, dus geleidt hij warmte sneller. In een houtsoort die verder mooi koel aanvoelt is een knoest in een zitvlak een plaatselijk warm punt. Kwaliteitsklassen voor saunahout kijken daarom naar het aantal en de grootte van knoesten. De aanduiding varieert per leverancier, maar het onderscheid tussen knoestvrij en knoestrijk hout is bij een zitbank een reëel verschil.

Cederhout is het buitenbeentje. Het bevat geen hars maar wel eigen olien die zorgen voor de kenmerkende geur en die het hout van nature bestand maken tegen vocht en schimmel. Sommige mensen vinden die geur het beste onderdeel van een cabine, andere vinden hem na een halfuur te sterk. Dat is puur smaak. Wie er niet zeker van is, moet een cabine met cederhout eerst ruiken en niet alleen zien, en dat is een van de weinige punten waarop een showroom werkelijk iets toevoegt. Waarom dat zo is, staat in infrarood sauna showroom of online kopen.

Waar in een cabine welk hout hoort

Een cabine is geen blok van een houtsoort. Elk onderdeel stelt zijn eigen eis, en een fabrikant die daarover heeft nagedacht kiest per onderdeel.

Onderdeel Belangrijkste eis Passende soorten Minder passend Waarom
Zitbank en rugleuning Lage warmtegeleiding, knoestvrij Abachi, espen, cederhout Hemlock, vuren, grenen Dit is het enige hout dat je huid langdurig raakt
Hoofdsteun en armleuning Lage warmtegeleiding, glad geschuurd Abachi, espen Elk harshoudend hout Contact met nek en onderarm, vaak langdurig
Wanden en plafond binnen Maatvastheid, harsarm Hemlock, cederhout, espen Nat of onvoldoende gedroogd hout Werking veroorzaakt naden en scheuren
Buitenzijde Uiterlijk en stabiliteit Hemlock, cederhout Niet van belang voor warmte Deze zijde wordt nauwelijks heet
Vloerrooster Vochtbestendig, stroef Cederhout, espen Glad afgewerkt hout Hier komt zweet en soms schoonmaakwater
Constructie achter de wand Sterkte, droog geleverd Vuren, grenen Niet relevant Blijft koel en buiten aanraking

Vraag niet welk hout een cabine is, maar welk hout de bank is. Daar zit het verschil dat je voelt.

Thermisch behandeld hout: wat het wel en niet verandert

Thermisch behandeld hout, in de handel vaak thermowood genoemd, is hout dat in een oven bij ongeveer 180 tot 215 graden is behandeld in een omgeving met weinig zuurstof. Er komt geen chemisch middel aan te pas. De behandeling verandert de suikers en de celstructuur in het hout, met drie gevolgen die meetbaar zijn.

Het hout wordt donkerder, tot een egale bruine tint die door de hele dikte zit en niet alleen aan het oppervlak. Het neemt minder vocht op, waardoor het minder werkt bij wisselende luchtvochtigheid. En het wordt lichter, want een deel van de massa verdwijnt, wat de warmtegeleiding verder omlaag brengt. Thermisch behandelde espen is daardoor een gewilde bankuitvoering.

De keerzijde hoort erbij. Behandeld hout is brosser dan onbehandeld hout van dezelfde soort, dus het splintert eerder bij een harde stoot en het draagt minder belasting. Voor een bank die op een deugdelijk frame ligt is dat geen probleem, voor een dragende balk wel. De donkere kleur is bovendien niet iedereen zijn smaak.

Luxyor Slimline 100 infrarood deken opgevouwen
Luxyor Slimline 100
  • Infrarood deken van 180 bij 80 cm, instelbaar van 30 tot 80 graden met een timer van 0 tot 60 minuten
  • 500 W nominaal, met een piek van 600 W bij het opwarmen, dus een gewone wandcontactdoos volstaat
  • 60 dagen bedenktijd en 2 jaar garantie
Bekijk de Slimline 100

Zo controleer je het hout van een cabine in acht stappen

Een productpagina noemt vaak een houtsoort en verder niets. Deze acht vragen halen eruit wat je nodig hebt, en het antwoord dat je krijgt zegt vaak net zoveel als het antwoord zelf.

  1. Vraag de soort per onderdeelNiet welk hout de cabine is, maar welk hout de bank is, welk hout de wand is en welk hout de hoofdsteun is. Een aanbieder die alleen een merknaam voor het geheel geeft, weet het vaak zelf niet.
  2. Vraag naar de botanische naamHandelsnamen overlappen. Abachi heet elders obeche of ayous, en dat is dezelfde boom. Ceder kan slaan op westers rood cederhout of op een heel andere soort. De botanische naam maakt er een controleerbaar antwoord van.
  3. Vraag naar de knoestklasse van het bankhoutKnoestvrij, knoestarm of knoestrijk. Bij een zitvlak is dit het verschil tussen een egale bank en een bank met warme punten.
  4. Vraag of het hout behandeld isThermisch behandeld of onbehandeld, en zo ja, bij welke temperatuur. Vraag ook expliciet of er lak, olie of beits op zit. In een cabine hoort binnenwerk onbehandeld te blijven.
  5. Vraag naar de dikte van de beplankingMeestal ligt die tussen 8 en 15 mm voor wandplanken en tussen 20 en 40 mm voor bankplanken. Dunnere bankplanken buigen door bij belasting en zijn niet zomaar te vervangen.
  6. Vraag hoe de banken bevestigd zijnSchroeven van bovenaf zichtbaar in het zitvlak is een minpunt. Metaal wordt sneller heet dan het hout eromheen. Bevestiging van onderaf of met houten pluggen is netter.
  7. Vraag naar het vochtgehalte bij leveringVoor saunahout is ongeveer 8 tot 12 procent gebruikelijk. Hout dat natter geleverd wordt, krimpt na de eerste sessies alsnog, en dan gaan naden open.
  8. Vraag of losse delen na te bestellen zijnEen bankplank kan na jaren beschadigd raken. Een aanbieder die losse onderdelen levert, denkt in jaren. Vraag daarbij wat de garantie precies dekt en hoe lang.

Wie deze acht punten naast twee aanbieders legt, ziet het verschil tussen een partij die zijn eigen cabine kent en een partij die een catalogus doorstuurt. De bredere afweging over vermogen, aansluiting en ruimte staat in infrarood cabine kopen: waar je op let en, voor een compacte opstelling, in kleine infrarood sauna: ruimte, vermogen en aansluiting.

Hout is een cabine-vraag, geen infrarood-vraag

Een punt dat in dit soort vergelijkingen ondersneeuwt: de houtsoort zegt niets over de warmte zelf. Die komt van de stralers, en welk type daar zit is een aparte afweging die staat in infrarood stralers vergelijken: keramisch, carbon of full spectrum. Het hout bepaalt hoe de ruimte aanvoelt en hoe lang de cabine meegaat, niet wat de straler doet.

Daaruit volgt ook waar de hele houtvraag vervalt. Een infrarood deken heeft geen cabine, geen banken en geen beplanking, dus geen houtsoort. Wat je aanraakt is bij de Slimline 100 en de Comfort 150 een Oxford buitenlaag en bij de Deluxe 310 een PU-leer buitenlaag. Het verschil tussen die twee routes, met vierkante meters, opwarmtijd en vaste plek, staat in infrarood deken vergeleken met een infraroodcabine. Twijfel je nog tussen een cabine voor een of twee personen en een deken, dan zet infrarood sauna voor 1 of 2 personen die keuze naast elkaar. En wie eerst wil weten wat er allemaal onder de noemer sauna valt, begint bij soorten sauna op een rij of bij wat is een infrarood sauna.

Luxyor Deluxe 310 infrarood deken met PU-leer buitenlaag
Luxyor Deluxe 310
  • 560 W, buitenlaag van PU-leer die je met een doek afneemt in plaats van een houten bank die je schuurt
  • Zes standen van niveau 1 tot 6 over het bereik van 30 tot 80 graden, timer van 1 tot 60 minuten
  • 60 dagen bedenktijd en 2 jaar garantie
Bekijk de Deluxe 310

Tot slot

Sauna houtsoorten vergelijken komt neer op een korte lijst. Abachi en cederhout zijn licht en voelen daardoor het koelst aan bij aanraking, wat ze tot de gebruikelijke bankkeuze maakt. Espen zit daar net boven en is uitzonderlijk maatvast. Hemlock is zwaarder, dus warmer bij aanraking, en hoort daarom eerder in de wand dan in de bank. Vuren en grenen bevatten hars en horen achter de beplanking, niet onder je.

De vraag die je aan een aanbieder stelt is dus niet welk hout de cabine is, maar welk hout de bank is, of dat hout knoestvrij is en met welk vochtgehalte het geleverd wordt. Krijg je daar een concreet antwoord op, dan weet je genoeg. Krijg je alleen een handelsnaam terug, dan weet je ook iets.

Let op: Luxyor verkoopt wellnessproducten, geen medische hulpmiddelen. Heb je klachten, overleg dan met je huisarts of fysiotherapeut.

Veelgestelde vragen

Welke houtsoorten worden het meest gebruikt in een saunacabine?

In Nederland kom je vier soorten het vaakst tegen: hemlock, westers rood cederhout, espen en abachi. Vuren en grenen zitten meestal in de constructie achter de beplanking of in goedkopere buitencabines. Veel cabines combineren twee soorten, bijvoorbeeld een wand van hemlock met banken van abachi.

Welk hout is het beste voor een saunabank?

Abachi en espen zijn de gebruikelijke keuze, en cederhout kan ook. Ze zijn licht van gewicht en geleiden warmte langzaam, waardoor ze bij dezelfde temperatuur koeler aanvoelen dan zwaarder hout. Belangrijk is dat het bankhout knoestvrij is, want een knoest geleidt warmte sneller dan het hout eromheen.

Waarom voelt licht hout koeler aan dan zwaar hout?

Hout met een lagere dichtheid bevat meer luchtcellen, en lucht geleidt warmte slecht. Je huid registreert niet de temperatuur van het oppervlak maar de snelheid waarmee warmte naar je toe stroomt. Daarom voelt abachi met een dichtheid rond 350 tot 390 kg per kubieke meter koeler aan dan hemlock rond 460 tot 500.

Waarom is harshoudend hout ongeschikt voor een sauna?

Bij oplopende temperatuur wordt hars vloeibaar en zoekt hij een weg naar buiten, meestal via knoesten. Wat overblijft zijn kleverige druppels die stollen tot harde bruine bolletjes. Dat gaat er lastig af en het komt terug zolang er hars in het hout zit. Vuren en grenen horen daarom niet in een zitvlak.

Wat is thermisch behandeld hout en wat levert het op?

Thermisch behandeld hout is in een oven behandeld bij ongeveer 180 tot 215 graden met weinig zuurstof, zonder chemische middelen. Het wordt donkerder door de hele dikte, neemt minder vocht op en wordt lichter, wat de warmtegeleiding verder verlaagt. De keerzijde is dat het brosser is en minder belasting draagt.

Ruikt cederhout in een sauna sterk?

Cederhout bevat geen hars maar wel eigen olien die zorgen voor een uitgesproken kruidige geur. Sommige mensen vinden dat het beste onderdeel van een cabine, andere vinden het na een halfuur te sterk. Dat is smaak, dus ruik een cabine met cederhout liever eerst in plaats van hem alleen op foto te beoordelen.

Welke vragen stel je een aanbieder over het hout van een cabine?

Vraag welke soort per onderdeel gebruikt is, de botanische naam, de knoestklasse van het bankhout, of het hout behandeld is, de dikte van de beplanking, hoe de banken bevestigd zijn, het vochtgehalte bij levering en of losse delen na te bestellen zijn. Wie daar concreet op antwoordt, kent zijn eigen cabine.

Speelt houtsoort ook een rol bij een infrarood deken?

Nee. Een infrarood deken heeft geen cabine, geen banken en geen beplanking, dus geen houtsoort. Bij de Slimline 100 en de Comfort 150 raak je een Oxford buitenlaag aan en bij de Deluxe 310 een buitenlaag van PU-leer. De hele houtvraag vervalt daarmee.

M
Marlo Schipper

Oprichter van Luxyor. Schrijft over infrarood, roodlicht en rust vanuit dagelijkse ervaring met klanten en producten.

Verder lezen