Weekschema infrarood en roodlicht: hoe vaak en hoe lang

In het kort
Hoe vaak en hoe lang je infrarood of roodlicht gebruikt, hangt vooral af van het ritme dat je volhoudt. Deze gids geeft opbouwschema's per apparaat.
- Sauna deken: 2 tot 4 keer per week, 20 tot 45 minuten
- Infraroodlamp: korter en vaker, de afstand bepaalt de intensiteit
- Roodlicht paneel: de kortste sessies, 5 tot 15 minuten per zone
- Regelmaat telt zwaarder dan een enkele lange sessie
Hoe vaak gebruik je infrarood of roodlicht, en hoe lang duurt zo'n sessie dan? Het zijn de twee vragen die het vaakst terugkomen zodra een sauna deken, een infraroodlamp of een roodlicht paneel eenmaal in huis is. En het is logisch dat je ze stelt, want op de doos staat zelden een compleet weekschema.
In deze gids vind je opbouwschema's voor de eerste week, de eerste maand en de periode daarna. Per apparaat, want een sauna deken, een lamp en een paneel verschillen sterk in duur, frequentie en instelling. Zie het als richtlijnen om mee te beginnen, niet als voorschriften. Jouw comfort blijft de maat.
Meer is niet automatisch beter
Het is verleidelijk om te denken dat dubbel zo lang of dubbel zo vaak ook dubbel zoveel oplevert. Zo werkt het in de praktijk zelden. Een lange, te warme of te intense sessie voelt vaak minder prettig, waardoor je er de volgende keer minder zin in hebt. En een sessie die je overslaat, telt niet mee.
Bij warmte en licht gaat het vooral om een ritme dat je volhoudt. Drie rustige sessies per week die je maanden blijft doen, passen doorgaans beter in een leven dan zeven lange sessies in een enthousiaste eerste week, gevolgd door stilte. Regelmaat is niet spannend, maar het is wel wat overeind blijft.
Daar komt bij dat je lichaam moet wennen aan warmte. Wie nooit in de sauna komt en meteen op de hoogste stand een uur gaat liggen, vindt dat vaak zwaar. Wie laag begint en per week een stapje zet, merkt dat dezelfde stand na een paar weken heel anders aanvoelt.
Het schema dat je volhoudt is beter dan het schema dat op papier het mooist staat.
De drie apparaten in een oogopslag
Voordat we de schema's ingaan, is het handig om te zien waarin de apparaten van elkaar verschillen. Een sauna deken verwarmt je hele lichaam en werkt daarom met langere sessies. Een infraroodlamp en een roodlicht paneel richten zich op een plek of een zone, en zijn daardoor korter.
| Apparaat | Typische sessieduur | Typische frequentie | Wat je instelt |
|---|---|---|---|
| Sauna deken | 20 tot 45 minuten | 2 tot 4 keer per week | Temperatuur en timer |
| Infraroodlamp | 10 tot 15 minuten per plek | 3 tot 7 keer per week | Afstand en tijd |
| Roodlicht paneel | 5 tot 15 minuten per zone | 3 tot 5 keer per week | Afstand en tijd |
De getallen in deze tabel zijn gemiddelden uit de praktijk en uit gebruikershandleidingen. Wat voor jou werkt, kan hoger of lager liggen. Kijk altijd eerst in de handleiding van je eigen apparaat, want vermogen en opbouw verschillen per model.

Opbouwschema voor de sauna deken
De sauna deken is het apparaat waarbij opbouwen het meeste uitmaakt, omdat je hele lichaam warm wordt. Begin daarom kort en op een milde stand, ook als je denkt dat je wel tegen warmte kunt. Je kunt altijd nog omhoog, terug is lastiger als je halverwege al genoeg hebt.
De eerste week
| Week | Aantal keer | Duur | Temperatuur |
|---|---|---|---|
| Week 1 | 2 keer | 15 tot 20 minuten | 40 tot 50 graden |
Twee sessies in de eerste week is genoeg. Je leert de deken kennen, je merkt hoe warm 45 graden voor jou aanvoelt en je ontdekt waar je hem het prettigst neerlegt. Laat minstens een dag tussen de twee sessies zitten. Kom je er na een kwartier al uit, dan is dat geen mislukking maar informatie.
De eerste maand
| Week | Aantal keer | Duur | Temperatuur |
|---|---|---|---|
| Week 1 | 2 keer | 15 tot 20 minuten | 40 tot 50 graden |
| Week 2 | 2 tot 3 keer | 20 tot 30 minuten | 45 tot 55 graden |
| Week 3 | 3 keer | 25 tot 35 minuten | 50 tot 60 graden |
| Week 4 | 3 keer | 30 tot 40 minuten | 50 tot 65 graden |
Merk je in week drie dat je nog steeds liever op 50 graden ligt dan op 60? Blijf dan gewoon op 50. Het schema is een richting, geen ladder die je moet beklimmen. Wil je dieper ingaan op de standen, lees dan de complete temperatuurgids voor je infrarood deken.
Vanaf maand twee
| Periode | Aantal keer | Duur | Temperatuur |
|---|---|---|---|
| Rustig ritme | 2 keer per week | 30 tot 40 minuten | Je eigen comfortstand |
| Vast ritme | 3 keer per week | 30 tot 45 minuten | Je eigen comfortstand |
| Intensief ritme | 4 keer per week | 25 tot 40 minuten | Iets lager dan je maximum |
Let op de laatste rij: wie vaker gaat, kiest meestal iets korter en iets milder. Vier lange sessies op hoge stand voelt voor de meeste mensen te veel. Een sessie van 45 minuten hoeft ook niet het doel te zijn. Veel mensen blijven jarenlang tevreden rond de 30 minuten.
Zet de timer altijd, ook als je denkt dat je zelf wel voelt wanneer het genoeg is. In een warme deken verlies je makkelijk het besef van tijd, zeker als je bijna in slaap valt.
Opbouwschema voor de infraroodlamp
Een infraroodlamp werkt anders dan een deken. Je verwarmt geen heel lichaam, maar een plek: een schouder, een onderrug, een kuit. Daardoor zijn de sessies korter en kun je ze vaker doen. De belangrijkste knop is hier niet de temperatuur maar de afstand.
De eerste week
| Week | Aantal keer | Duur per plek | Afstand |
|---|---|---|---|
| Week 1 | 3 keer | 8 tot 10 minuten | 50 tot 60 cm |
Begin ruim. Op 60 centimeter voelt de warmte mild en heb je alle tijd om te merken of het prettig is. Voelt het na een paar minuten nauwelijks warm, schuif dan een stukje dichterbij in plaats van langer door te gaan. Afstand aanpassen werkt fijner dan tijd oprekken.
De eerste maand
| Week | Aantal keer | Duur per plek | Afstand |
|---|---|---|---|
| Week 1 | 3 keer | 8 tot 10 minuten | 50 tot 60 cm |
| Week 2 | 3 tot 4 keer | 10 tot 12 minuten | 45 tot 55 cm |
| Week 3 | 4 keer | 12 tot 15 minuten | 40 tot 50 cm |
| Week 4 | 4 tot 5 keer | 12 tot 15 minuten | 40 tot 50 cm |
Vijftien minuten op een plek is voor de meeste lampen een prettig plafond. Wil je twee plekken doen, dan is het beter om na de eerste plek even te wisselen dan om een half uur op dezelfde schouder te blijven. Meer over het kiezen van een geschikt model lees je in het overzicht over de infraroodlamp voor spieren en rug.
Vanaf maand twee
| Periode | Aantal keer | Duur per plek | Afstand |
|---|---|---|---|
| Af en toe | 2 tot 3 keer per week | 10 tot 15 minuten | 40 tot 60 cm |
| Vast ritme | 4 tot 5 keer per week | 10 tot 15 minuten | 40 tot 60 cm |
| Dagelijks | 6 tot 7 keer per week | 10 minuten | 50 tot 60 cm |
Ook hier geldt de omgekeerde beweging: gebruik je de lamp dagelijks, kies dan wat korter en wat verder weg. Dagelijks een kort moment is voor veel mensen prettiger dan twee keer per week lang op korte afstand.
Opbouwschema voor het roodlicht paneel
Een roodlicht paneel is het apparaat waarbij de kortste sessies horen. Panelen zijn er in veel maten en vermogens, dus de handleiding van jouw model is hier echt leidend. De schema's hieronder zijn een rustige startlijn voor een gemiddeld paneel voor thuisgebruik.
De eerste week
| Week | Aantal keer | Duur per zone | Afstand |
|---|---|---|---|
| Week 1 | 3 keer | 3 tot 5 minuten | 40 tot 60 cm |
Drie tot vijf minuten lijkt weinig, en dat is precies de bedoeling. Je went eerst aan het felle licht en aan het idee dat een sessie kort mag zijn. Draag een beschermbril als de fabrikant dat aangeeft en kijk niet recht in de lampen.
De eerste maand
| Week | Aantal keer | Duur per zone | Afstand |
|---|---|---|---|
| Week 1 | 3 keer | 3 tot 5 minuten | 40 tot 60 cm |
| Week 2 | 3 tot 4 keer | 5 tot 8 minuten | 30 tot 50 cm |
| Week 3 | 4 keer | 8 tot 10 minuten | 25 tot 40 cm |
| Week 4 | 4 tot 5 keer | 10 tot 12 minuten | 20 tot 40 cm |
Bij een paneel bepalen afstand en tijd samen hoeveel licht er op je huid valt. Kom je dichterbij, houd de sessie dan korter. Sta je verder weg, dan mag de sessie iets langer. Verander bij voorkeur niet allebei tegelijk, anders weet je niet wat het verschil maakte.
Vanaf maand twee
| Periode | Aantal keer | Duur per zone | Afstand |
|---|---|---|---|
| Rustig ritme | 3 keer per week | 10 tot 15 minuten | 30 tot 50 cm |
| Vast ritme | 4 tot 5 keer per week | 10 tot 12 minuten | 25 tot 45 cm |
| Korte dagelijkse routine | 6 keer per week | 5 tot 8 minuten | 30 tot 60 cm |
Bijna alle fabrikanten van een roodlicht paneel houden ergens rond een kwartier per zone op. Langer doorgaan is voor de meeste thuispanelen niet nodig en maakt de routine vooral zwaarder om vol te houden.

Zo bouw je een week op
Schema's per apparaat zijn nuttig, maar uiteindelijk moet het in een gewone week passen. Hieronder staan drie voorbeeldweken. Neem ze niet letterlijk over, maar gebruik ze om te zien hoe een ritme eruit kan zien.
Voorbeeldweek voor een beginner met een sauna deken
| Dag | Wat je doet | Duur |
|---|---|---|
| Maandag | Sessie in de deken, milde stand | 20 minuten |
| Dinsdag en woensdag | Rust | Geen |
| Donderdag | Sessie in de deken, iets warmer | 25 minuten |
| Vrijdag tot zondag | Rust of een derde sessie als het bevalt | Geen of 25 minuten |
Voorbeeldweek met deken en paneel naast elkaar
| Dag | Wat je doet | Duur |
|---|---|---|
| Maandag | Paneel, een zone | 10 minuten |
| Dinsdag | Sauna deken | 30 minuten |
| Woensdag | Paneel, een zone | 10 minuten |
| Donderdag | Rust | Geen |
| Vrijdag | Sauna deken | 30 minuten |
| Zaterdag | Paneel, een zone | 10 minuten |
| Zondag | Rust | Geen |
Voorbeeldweek voor een drukke agenda
| Dag | Wat je doet | Duur |
|---|---|---|
| Twee doordeweekse avonden | Lamp of paneel, kort | 10 minuten |
| Een weekenddag | Sauna deken, rustig | 35 minuten |
| Overige dagen | Rust | Geen |
Deze laatste week kost je bij elkaar ongeveer een uur. Dat is voor veel mensen precies het verschil tussen een routine die blijft bestaan en een apparaat dat in de kast verdwijnt.
- Kies je vaste dagenZet twee of drie dagen in je agenda in plaats van te wachten op een goed moment.
- Begin aan de korte kantLiever een sessie die te snel voorbij is dan een die je uitzit.
- Verhoog een ding per weekOf de duur, of de temperatuur, of het aantal keer. Niet alles tegelijk.
- Evalueer na vier wekenKijk wat je echt hebt gedaan en pas het schema daarop aan.
Wat er gebeurt als je overdrijft
Overdrijven leidt zelden tot iets dramatisch, maar het maakt de beleving wel minder. Dit zijn de patronen die je het vaakst ziet bij mensen die te snel te veel willen.
- Je voelt je slap of dorstig na afloop: vaak een teken dat de sessie te lang of te warm was, of dat je te weinig hebt gedronken.
- Je huid blijft lang warm en rood: bij een lamp of paneel meestal een kwestie van te dichtbij of te lang, niet van te weinig vermogen.
- Je slaapt onrustiger: een late, intense sessie werkt bij sommige mensen averechts. Probeer hem dan eerder op de avond.
- Je hebt er geen zin meer in: het duidelijkste signaal. Zodra een sessie voelt als een verplichting, is het schema te zwaar.
- Je slaat dagen over en compenseert: twee gemiste dagen inhalen met een dubbele sessie werkt niet. Pak gewoon de draad weer op.
De oplossing is bijna altijd hetzelfde en bijna altijd saai: ga een stap terug. Kort de sessie in, verlaag de stand of vergroot de afstand, en blijf daar twee weken zitten voordat je weer omhoog gaat.
Waarom regelmaat zwaarder telt dan lengte
Stel dat je per week een uur wilt besteden. Je kunt dat in een keer doen, of verdelen over drie momenten van twintig minuten. In de praktijk kiest bijna iedereen die het langer dan een maand volhoudt voor het tweede.
Dat heeft drie simpele redenen. Een korte sessie plan je makkelijker in. Een korte sessie voelt zelden zwaar, dus je stelt hem minder vaak uit. En een terugkerend moment wordt op een gegeven moment vanzelfsprekend, zoals tandenpoetsen. Een lange sessie blijft altijd iets waar je tijd voor moet vrijmaken.
Er is nog een praktisch punt. Bij korte, regelmatige sessies merk je sneller wat wel en niet bij je past, omdat je vaker een moment hebt om iets te proberen. Wie een keer per week een lange sessie doet, heeft na een maand vier ervaringen. Wie drie keer per week kort gaat, heeft er twaalf.
Ochtend of avond
Er is geen vast beste moment. Wat wel helpt, is kiezen en er even bij blijven, zodat je merkt hoe het valt. Draai je op zonnepanelen of heb je een tarief dat per dagdeel of per uur verschilt, dan telt er nog iets mee bij dat tijdstip: daarover gaat infrarood en zonnepanelen.
- Ochtend: praktisch als je avonden onvoorspelbaar zijn. Houd de sessie dan aan de korte kant, want je moet daarna nog wat.
- Vroege avond: voor veel mensen het prettigste moment, omdat er daarna nog tijd is om rustig af te koelen.
- Vlak voor het slapen: kan fijn zijn, maar niet voor iedereen. Als je merkt dat je warm en klaarwakker in bed ligt, schuif dan een uur naar voren.
Wil je weten hoe je zo'n moment verder invult, lees dan wat je tijdens een sessie in je infrarood deken doet.
Hoe je merkt dat je schema klopt
Een schema dat past, herken je aan een paar hele gewone dingen. Je kijkt uit naar de sessie in plaats van hem uit te stellen. Je hoeft niet op de klok te kijken of het al bijna klaar is. Je bent na afloop ontspannen en niet uitgeteld. En als je een week overslaat door drukte, pak je hem daarna moeiteloos weer op.
Klopt een van die dingen niet, dan hoef je niet meteen alles om te gooien. Verlaag een ding. Meestal is de duur de eerste kandidaat, daarna de intensiteit en pas als laatste het aantal keer per week.
Noteer de eerste maand kort per sessie: datum, duur, stand of afstand, en een cijfer van een tot vijf voor hoe het voelde. Na vier weken zie je in een oogopslag welk ritme voor jou werkt.
Veelgemaakte denkfouten
- Het maximum is het doel: de hoogste stand of de langste tijd is een grens, geen streven.
- Alles tegelijk verhogen: als je duur, temperatuur en frequentie in dezelfde week opschroeft, weet je niet meer wat er te veel was.
- Een gemiste week is het einde: een onderbreking betekent alleen dat je iets rustiger herstart, meestal op het niveau van een of twee weken eerder.
- Elk apparaat hetzelfde behandelen: veertig minuten is normaal voor een deken en veel te lang voor een paneel op korte afstand.
- Vergelijken met anderen: iemand die al jaren in de sauna komt, begint ergens anders dan iemand die dat nooit doet.

- Timer met automatische uitschakeling voor een vaste sessieduur
- Fijn instelbare temperatuur, zodat je stap voor stap kunt opbouwen
- 60 dagen bedenktermijn en 2 jaar garantie
Tot slot
Hoe vaak en hoe lang je infrarood of roodlicht gebruikt, hangt af van het apparaat, van je gewenning en vooral van wat je volhoudt. Begin kort, bouw per week een ding op en houd twee tot vier momenten per week aan. Dat is voor de meeste mensen een prettig ritme waar ruimte in zit voor een drukke week.
Bekijk de infrarood saunadekens van Luxyor of lees verder in de kennisbank over roodlicht therapie.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak per week kun je een infrarood deken gebruiken?
Twee tot vier keer per week is voor de meeste mensen een prettig ritme. Begin de eerste week met twee sessies en bouw daarna rustig op, zolang het comfortabel blijft.
Hoe vaak roodlicht per week is gebruikelijk?
Bij een roodlicht paneel houden veel mensen drie tot vijf keer per week aan, met korte sessies per zone. Kijk altijd in de handleiding van je eigen paneel, want vermogen en afstand verschillen per model.
Hoe lang duurt een sessie in een sauna deken?
Vaak 20 tot 45 minuten. Als beginner of op een hogere stand is korter juist verstandig. Zet de timer, zodat je niet ongemerkt doorgaat.
Is elke dag gebruiken te veel?
Dat hangt van het apparaat af. Een lamp of paneel gebruiken sommige mensen dagelijks kort, een sauna deken meestal niet. Kies bij dagelijks gebruik korter en milder.
Wat doe ik als ik een week heb overgeslagen?
Gewoon weer starten, maar dan op het niveau van een of twee weken eerder. Inhalen met een dubbele sessie werkt niet en voelt meestal minder prettig.


