Saunakachel: types, vermogen en aansluiting uitgelegd

In het kort
Een saunakachel verwarmt de lucht in de cabine tot 70 tot 100 graden en de stenen waarop je opgiet. Welke je nodig hebt volgt uit de inhoud van de cabine.
- De vier types kachel op een rij
- Vermogen berekenen per kubieke meter
- 230 volt of krachtstroom
- Wat het kost aan energie
Kort antwoord: een saunakachel is het verwarmingselement van een traditionele sauna. Hij brengt de lucht in de cabine op 70 tot 100 graden en verwarmt een bak met stenen, zodat je er water op kunt gieten. Er zijn vier smaken: houtgestookt, elektrisch op 230 volt, elektrisch op krachtstroom en een combikachel met verdamper. Welke bij je past hangt af van de inhoud van je cabine in kubieke meter en van je stroomaansluiting.
Hieronder staat wat een kachel doet, hoe je het vermogen uitrekent, welke aansluiting daarbij hoort, hoeveel stenen erin gaan en wat het verschil is met infrarood, waar geen kachel aan te pas komt. De rekenvoorbeelden staan er als rekenvoorbeeld bij.
Wat doet een saunakachel eigenlijk?
Een saunakachel is een luchtverwarmer met een stapel stenen erbovenop. Het element, vuur of elektrisch, maakt de lucht erboven heet. Die stijgt, koelt af tegen wanden en plafond en zakt weer. Dat heet convectie, en het verklaart waarom het op de bovenste bank tot dertig graden heter is.
De stenen slaan warmte op en zijn het doel van het opgieten: water erop verdampt vrijwel meteen, waardoor de luchtvochtigheid kort omhoogschiet. Die stoomstoot voelt heter aan dan de thermometer aangeeft. Zie wat een Finse sauna precies is.
Hier gaat de vergelijking met infrarood scheef. Een kachel verwarmt de lucht, en die lucht verwarmt jou. Infrarood slaat die stap over en verwarmt je huid direct. Daarom draait een infrarood cabine op 45 tot 60 graden in plaats van op 70 tot 100.
De types saunakachel op een rij
Vier constructies komen er in de praktijk uit, plus een vijfde die formeel geen kachel is. De opwarmtijden gelden voor een goed geisoleerde cabine.
| Type | Warmtebron | Opwarmtijd cabine | Aansluiting | Waar hij meestal staat |
|---|---|---|---|---|
| Houtgestookte kachel | Vuur in een verbrandingskamer, stenen erboven | 40 tot 60 minuten | Geen stroom, wel schoorsteen en luchttoevoer | Buitensauna, barrel, tuinhuis |
| Elektrisch op 230 volt | Verwarmingselementen | 30 tot 50 minuten | Gewone groep, praktisch tot ongeveer 3 kW | Kleine binnencabine, 1 tot 2 personen |
| Elektrisch op 400 volt | Elementen verdeeld over drie fasen | 30 tot 45 minuten | Krachtstroomgroep met drie fasen | Cabines vanaf ongeveer 6 kubieke meter |
| Combikachel met verdamper | Elementen plus een apart waterreservoir | 30 tot 50 minuten | Meestal 400 volt | Cabine met ook een vochtiger programma |
| Infrarood stralers (geen kachel) | Straling, verwarmt het lichaam direct | 10 tot 15 minuten | Gewone groep van 230 volt | Infrarood cabine, deken of paneel |
Een houtgestookte kachel heeft geen stroom nodig, maar wel een schoorsteen, een doorvoer door dak of wand en verse luchttoevoer. Dat is meestal de meest ingrijpende kant van zo'n opstelling, en meteen de reden dat hout in de tuin logischer is dan binnen.
Vermogen kiezen: reken in kubieke meter
De vuistregel is ongeveer 1 kilowatt kachelvermogen per kubieke meter cabine-inhoud. Meet lengte maal breedte maal hoogte van de binnenruimte, niet de buitenmaat.
Twee correcties horen erbij. Glas verliest sneller warmte: tel per vierkante meter glas ongeveer 1,2 kubieke meter extra bij de inhoud op, en hetzelfde voor onbeklede tegel- of betonvlakken. Een volledig glazen front kan zo een tot twee kilowatt extra vragen.
| Inhoud cabine | Richtvermogen volgens de vuistregel | Typische aansluiting | Past ongeveer bij |
|---|---|---|---|
| 4 kubieke meter | Ongeveer 4 kW | Grens van 230 volt in zicht | 1 tot 2 personen |
| 6 kubieke meter | Ongeveer 6 kW | 400 volt | 2 tot 3 personen |
| 8 kubieke meter | Ongeveer 8 kW | 400 volt | 3 tot 4 personen |
| 10 kubieke meter | Ongeveer 9 tot 10 kW | 400 volt | Familiecabine |
| 12 kubieke meter | Ongeveer 11 tot 12 kW | 400 volt | Ruime cabine of kleine groepssauna |
Vuistregel, geen productspecificaties.
Te klein kiezen is vervelender dan te groot: een ondermaatse kachel draait continu vol en herstelt traag na het opgieten. Veel te groot heeft ook een nadeel, want dan schakelt de thermostaat uit voordat de stenen doorgewarmd zijn.
Aansluiting: 230 volt of krachtstroom
Hier valt de keuze vaak al. Een gewone groep is 230 volt, meestal beveiligd op 16 ampere: rekenkundig ongeveer 3,7 kilowatt. Omdat je een groep niet continu tot de rand belast, ligt de praktische bovengrens rond 3 kilowatt. Daarboven is krachtstroom nodig, 400 volt over drie fasen, waardoor de stroom per fase ruim door drie gaat.
| Vermogen kachel | Stroom bij 230 volt, 1 fase | Stroom bij 400 volt, 3 fasen | Praktische aansluiting |
|---|---|---|---|
| 3 kW | Ongeveer 13 A | Niet van toepassing | Aparte groep van 16 A, 230 volt |
| 4,5 kW | Ongeveer 20 A | Ongeveer 6,5 A | In de praktijk 400 volt |
| 6 kW | Ongeveer 26 A | Ongeveer 8,7 A | 400 volt, 16 A per fase |
| 8 kW | Ongeveer 35 A | Ongeveer 11,6 A | 400 volt, 16 A per fase |
| 9 kW | Ongeveer 39 A | Ongeveer 13 A | 400 volt, 16 A per fase |
Stroom berekend als vermogen gedeeld door spanning, bij drie fasen met de gebruikelijke factor. Rekenwerk, geen installatievoorschrift.
Drie dingen lopen mis. Een kachel hoort op een eigen groep, niet gedeeld met de wasmachine. Een verlengsnoer of stekkerdoos is geen oplossing, want die zijn niet gemaakt voor langdurige hoge belasting. En te dunne bedrading wordt warm over de hele lengte. Zie ook infrarood aansluiten op een groep of verlengsnoer. Laat krachtstroom aanleggen door een erkende installateur.
Niet de cabine bepaalt welke kachel er komt, maar de meterkast.
Saunastenen: hoeveel en hoe ze erin gaan
Stenen bepalen hoe de kachel aanvoelt. Weinig stenen geeft snel opwarmen en een schrale stoomstoot, veel stenen een langere opwarmtijd maar een vollere stoot. Indicatief: 8 tot 12 kilo bij 3 kW, 15 tot 20 kilo bij 6 kW, 20 tot 25 kilo bij 8 kW en 25 tot 35 kilo bij 9 kW en hoger. De opgave van de fabrikant gaat voor.
Gebruik alleen saunastenen, meestal olivijndiabaas of peridotiet; veldkeien kunnen vocht bevatten en barsten. Stapel los en kruislings, niet aangedrukt: een dichtgepakte kachel raakt oververhit terwijl de cabine koud blijft. Welk gerei er verder bij een cabine hoort, van saunalaken en emmer tot thermometer, staat in sauna accessoires: wat heb je echt nodig en welke maten.
- Meet de binnenmaat van de cabineLengte maal breedte maal hoogte van de binnenruimte, in meters. Meet niet de buitenmaat en trek de bankjes er niet af.
- Tel de toeslagen erbij opPer vierkante meter glas ongeveer 1,2 kubieke meter extra, en hetzelfde voor onbeklede tegel- of betonvlakken. Staat de cabine koud, reken dan ruimer.
- Vertaal de inhoud naar kilowattOngeveer 1 kilowatt per kubieke meter, naar boven afgerond op een verkrijgbaar vermogen. Twijfel je, kies de hogere stap.
- Kijk in de meterkastIs er een vrije groep en krachtstroom? Boven ongeveer 3 kilowatt is 400 volt nodig. Zoek dat uit voor de aanschaf, niet erna.
- Kies hout of elektrischHout vraagt schoorsteen, luchttoevoer en opslag, en werkt alleen buiten of vrijstaand praktisch. Beslis dit voor je een model uitzoekt.
- Controleer steenvulling en veiligheidsafstandenElk model geeft een minimale afstand tot wanden en banken op, plus de steenvulling. Die maten bepalen waar de kachel kan staan.
Hout of elektrisch: de eerlijke afweging
Hout geeft een ander soort sessie: je stookt zelf op en geen thermostaat houdt het op de graad. Wie dat prettig vindt, vindt het heel prettig. Wie op dinsdagavond nog even wil, meestal niet, want hout vraagt aanmaken, bijvullen, een schone schoorsteen en as die eruit moet. Elektrisch is voorspelbaar, vaak met een tijdschakelaar, maar negen kilowatt is fors zolang de kachel draait.
Welke houtsoort de cabine zelf heeft staat los van de kachel, maar bepaalt wel hoe hij aanvoelt; zie saunahoutsoorten zoals hemlock, ceder, espen en abachi. En er is een tussenweg die vaak vergeten wordt: een combisauna met naast een kachel ook infrarood stralers. Dat klinkt als het beste van twee werelden en valt in de praktijk tegen, om redenen die staan in een combisauna met Fins en infrarood. Het onderlinge overzicht staat in soorten sauna op een rij.
Wat een kachel kost aan energie, vergeleken met infrarood
Een saunakachel verwarmt een hele ruimte, infrarood alleen jou. Dat zie je terug in de meterstand. De tabel rekent in kilowattuur; hanteer je een rekenaanname van bijvoorbeeld 0,30 per kilowattuur, dan vermenigvuldig je de laatste kolom daarmee.
| Opstelling | Vermogen | Draaitijd per sessie | Indicatief verbruik |
|---|---|---|---|
| Elektrische saunakachel, 6 kW | 6 kW, thermostaat schakelt bij | 45 min opwarmen plus 30 min gebruik | Grofweg 3 tot 5 kWh |
| Elektrische saunakachel, 9 kW | 9 kW, thermostaat schakelt bij | 45 min opwarmen plus 30 min gebruik | Grofweg 5 tot 8 kWh |
| Infrarood cabine | Ongeveer 1,5 kW | 45 minuten, inclusief opwarmen | Ongeveer 1,1 kWh |
| Sauna deken Slimline 100 | 500 W nominaal, piek 600 W | 40 minuten | Ongeveer 0,33 kWh |
| Sauna deken Deluxe 310 | 560 W | 40 minuten | Ongeveer 0,37 kWh |
De bandbreedte bij de kachels is groot omdat de thermostaat niet continu vol draait. De rekenmethode staat in stroomverbruik van een infrarood sauna zelf uitrekenen. De factor tussen kachel en sauna deken is tien tot twintig keer per sessie. Dat is geen verwijt aan de kachel, want die brengt een hele cabine op 80 of 90 graden, maar het verklaart wel waarom veel mensen bij een lichtere opstelling uitkomen.
Fins, infrarood cabine en sauna deken naast elkaar
| Kenmerk | Finse sauna met kachel | Infrarood cabine | Infrarood sauna deken |
|---|---|---|---|
| Warmtebron | Kachel met stenen, verwarmt de lucht | Stralers, verwarmen het lichaam direct | Verwarmingselementen in de deken zelf |
| Temperatuur | 70 tot 100 graden | 45 tot 60 graden | Instelbaar 30 tot 80 graden, in gebruik meestal 50 tot 70 |
| Opwarmtijd | 30 tot 60 minuten | 10 tot 15 minuten | 10 tot 15 minuten |
| Sessieduur | 8 tot 15 minuten per gang | 20 tot 40 minuten | 20 tot 40 minuten |
| Aansluiting | 400 volt, of hout met schoorsteen | Eigen groep van 230 volt | Gewoon stopcontact, 500 tot 560 watt |
| Ruimtebeslag | Vaste cabine van 4 tot 12 kubieke meter | Vaste cabine | 180 bij 80 cm, opvouwbaar |
| Opbergen | Niet mogelijk | Niet mogelijk | In een kast of onder het bed |
Meer over de eerste twee kolommen staat in infrarood sauna of Finse sauna, wat is het verschil. Over de sessieduur leeft een misverstand: in een Finse cabine op 90 graden blijf je kort, acht tot vijftien minuten per gang met afkoelen ertussen, terwijl je in een infrarood opstelling op 50 tot 70 graden juist langer aan een stuk blijft. Zie hoe lang je in de sauna blijft per gang en per type.

- 560 watt, zes standen en een timer van 1 tot 60 minuten
- Instelbaar van 30 tot 80 graden, buitenzijde van PU leer
- 60 dagen bedenktijd en 2 jaar garantie
Onderhoud en levensduur
Stenen zakken in elkaar en brokkelen af, waardoor de luchtdoorstroming verslechtert en de elementen warmer worden dan bedoeld. Haal ze er periodiek uit en stapel opnieuw los. Bij hout komt schoorsteenwerk erbij: as verwijderen, trekweg vrijhouden, laten vegen. De cabine vraagt vooral droogte, en staat hij buiten dan speelt het weer mee, zie een buitensauna met overkapping.

Wanneer een saunakachel niet de logische keuze is
Een kachel hoort bij een cabine, en een cabine bij ruimte en een installatie. Valt een van die twee weg, dan is de kachel niet het probleem maar de cabine eromheen. De alternatieven werken met straling in plaats van verwarmde lucht; hoe die stralers verschillen staat in infrarood stralers vergelijken. Let op een hardnekkige claim: verre infrarood dringt niet centimeters diep door. De hoogste waarde in peer-reviewed onderzoek ligt rond 5,4 millimeter en het meeste blijft in de bovenste tienden van een millimeter van de huid.
Een infrarood sauna deken is de kleinste stap: uitrollen, instellen, na 10 tot 15 minuten op temperatuur, een sessie van 20 tot 40 minuten, daarna opgevouwen in de kast. Geen schoorsteen, geen krachtstroom, geen uur opwarmen. Het is geen vervanger van een Finse cabine en wordt hier ook niet zo gepresenteerd: geen opgietwater, geen stoomstoot, geen 90 graden. Zie de infrarood sauna dekens van Luxyor.

- 500 watt nominaal met een piek van 600 watt, formaat 180 bij 80 cm
- Instelbaar van 30 tot 80 graden, timer van 0 tot 60 minuten
- 60 dagen bedenktijd en 2 jaar garantie
Tot slot
Een saunakachel kies je in drie stappen: inhoud van de cabine meten, omrekenen naar kilowatt met de vuistregel van ongeveer 1 kilowatt per kubieke meter, en kijken of de meterkast dat aankan. Boven ongeveer 3 kilowatt is krachtstroom nodig, en dat is meestal het moment waarop de keuze feitelijk al gemaakt is.
Onthoud daarnaast twee dingen. Stenen bepalen hoe de kachel aanvoelt: los gestapeld, in de hoeveelheid die de fabrikant opgeeft. En een kachel is een middel, geen doel. Wie de cabine, de installatie of het uur opwarmen niet rond krijgt, hoeft de warmte niet op te geven. Dat is dan een andere vraag, en die begint bij het verschil tussen droge warmte en stoom.
Veelgestelde vragen
Wat is een saunakachel precies?
Een saunakachel is het verwarmingselement van een traditionele sauna. Hij verwarmt de lucht in de cabine tot 70 tot 100 graden en verwarmt daarnaast een bak met stenen. Die stenen slaan warmte op en zijn het doel van het opgieten: water erop verdampt vrijwel meteen, waardoor de luchtvochtigheid kort omhoogschiet.
Hoeveel kilowatt moet een saunakachel hebben?
De vuistregel is ongeveer 1 kilowatt per kubieke meter cabine-inhoud. Meet lengte maal breedte maal hoogte van de binnenruimte. Tel er per vierkante meter glas ongeveer 1,2 kubieke meter extra bij op, en hetzelfde voor onbeklede tegel- of betonvlakken. Een cabine van 6 kubieke meter komt zo op ongeveer 6 kilowatt uit.
Kan een saunakachel op een gewoon stopcontact van 230 volt?
Tot ongeveer 3 kilowatt wel, op een eigen groep. Een groep van 16 ampere op 230 volt geeft rekenkundig ongeveer 3,7 kilowatt, en omdat je een groep niet continu tot de rand belast ligt de praktische grens rond 3 kilowatt. Daarboven is krachtstroom nodig: 400 volt over drie fasen.
Wat is het verschil tussen een houtgestookte en een elektrische saunakachel?
Hout vraagt een schoorsteen, een doorvoer door dak of wand en verse luchttoevoer, plus aanmaken, bijvullen en as verwijderen. Er is geen thermostaat, dus de temperatuur loopt geleidelijk op. Elektrisch is voorspelbaar en vaak met tijdschakelaar, maar vraagt wel een zware groep.
Hoeveel stenen gaan er in een saunakachel?
Indicatief 8 tot 12 kilo bij een kachel van 3 kilowatt, 15 tot 20 kilo bij 6 kilowatt, 20 tot 25 kilo bij 8 kilowatt en 25 tot 35 kilo bij 9 kilowatt en hoger. De opgave van de fabrikant voor het specifieke model gaat altijd voor. Stapel los en kruislings, want een dichtgepakte kachel raakt oververhit.
Hoe lang duurt het opwarmen van een sauna met een kachel?
Reken op 30 tot 50 minuten bij een elektrische kachel en 40 tot 60 minuten bij hout, in een goed geisoleerde cabine. Een infrarood cabine of een infrarood sauna deken is er in 10 tot 15 minuten klaar voor, omdat daar geen ruimte hoeft op te warmen.
Verbruikt een saunakachel veel meer stroom dan infrarood?
Ja, omdat een kachel een hele ruimte verwarmt en infrarood alleen jou. Een sessie met een kachel van 6 kilowatt komt grofweg op 3 tot 5 kilowattuur uit, een infrarood cabine op ongeveer 1,1 kilowattuur en een sauna deken van 500 tot 560 watt op ongeveer 0,33 tot 0,37 kilowattuur.
Heb ik een saunakachel nodig als ik geen cabine heb?
Nee. Een kachel hoort bij een cabine, en een cabine bij ruimte en een installatie. Zonder die twee is een infrarood opstelling de logische weg: een deken van 180 bij 80 cm is instelbaar van 30 tot 80 graden, in 10 tot 15 minuten op temperatuur en gaat daarna opgevouwen in de kast.


